Traumabehandeling

Trauma kan dus gezien worden als het gedeeltelijk verlies van eigenaarschap over lichamelijk en cognitief functioneren (zie Trauma pagina). Traumabehandeling betekent daarom het zo volledig mogelijk herstellen van dit eigenaarschap. Het verwerken van een traumatische ervaring is in feite niets anders dan het weer zo volledig mogelijk eigenaar worden van lichamelijk en cognitief functioneren doordat het zelf (het ik) zich uiteenzet met wat de traumatische ervaring in het lichamelijk en cognitief functioneren als (nog) niet-eigen achter heeft gelaten. Wanneer iets uiteindelijk eigen is gemaakt verandert het in een “normale” herinnering, die het functioneren niet langer verstoord. Dit wordt ook wel een biografische herinnering genoemd.

Voor het herstellen van eigenaarschap is deelnemende aandacht het belangrijkste element in de traumabehandeling. Met deelnemende aandacht wordt een actieve aandacht bedoeld die direct aanwezig durft te zijn in wat er van het trauma in lichamelijk en cognitief functioneren achter is gebleven. Deelnemend wil zeggen dat je niet van een afstand waarneemt wat er in je lichaam of in je geest gebeurt, maar dat je er tot op zekere hoogte in op durft te gaan—je er aan over durft te geven. Een van de symptoomcategorieën voor PTSS is vermijding van wat met de traumatische ervaring geassocieerd wordt. Die vermijding houdt het verlies van eigenaarschap in stand. Deelnemende aandacht is het tegenovergestelde van vermijding.

Bij de meeste trauma behandelmethodes wordt deelnemende aandacht bewust naar aspecten van de traumatische ervaring geleid door die aspecten gericht op te roepen. Daarbij kan de aandacht zowel naar lichamelijke als naar cognitieve aspecten van de traumatische ervaring worden geleid. Bij lichaamsgerichte therapieën zoals Somatic Experiencing® wordt de aandacht geleid naar de innerlijke lichamelijke beleving en de eventueel onderdrukte bewegingsimpulsen die betrekking hebben op de traumatische ervaring. Bij EMDR en Imaginaire Exposure wordt de aandacht in eerste instantie geleid naar de traumatische ervaring zelf en vervolgens naar de emoties en gedachten die daarbij naar boven komen. Tijdens een EMDR behandeling wordt de aandacht eerst gericht op dat aspect van de traumatische ervaring dat op het moment van de behandeling als het ergste wordt ervaren. Bij Imaginaire Exposure wordt geprobeerd de traumatische ervaring herhaaldelijk, langdurig, zo volledig mogelijk voor de geest te halen. In Cognitieve Gedragstherapie wordt de aandacht met name gericht op de gedachten en oordelen die de traumatische ervaring heeft opgeroepen en nog oproept. Dit gebeurt ook in het vervolg van EMDR sessies.

Tijdens bewust verbonden ademsessies werkt het een beetje anders. Daar ontstaat de deelnemende aandacht spontaan. In eerste instantie wordt de aandacht gericht op het volhouden van de verbonden ademhaling. Wanneer de verbonden ademhaling eenmaal wordt volgehouden worden er spontaan ervaringen uit het verleden geactiveerd. Dat kan zowel in de vorm zijn van lichamelijke verschijnselen (of zelfs van lichamelijk herbeleven), als in de vorm van innerlijk (geestelijk) herbeleven. Die ervaringen worden niet bewust opgezocht. Dit herbeleven gaat vanzelf gepaard met deelnemende aandacht. Daarbij moet worden opgemerkt dat de cliënt zich weliswaar volledig overgeeft aan het herbeleven, maar zich er gelijktijdig bewust van is dat het een herbeleving is. Er is dus ook een besef dat het veilig is om de herbeleving toe te laten.

Bij bewust verbonden ademen is het eigenlijk het duidelijkst dat het verwerken van een traumatische ervaring spontaan plaatsvindt wanneer het herbeleven van (aspecten) van die ervaring wordt toegelaten. Ook het cognitief verwerken vindt veelal spontaan plaats na afloop van de lichamelijke en/of innerlijke herbeleving—dus zonder gerichte input van de therapeut. Dit spontane cognitieve verwerken kan een enorme diepgang hebben, waarbij de cliënt kwaliteiten van zichzelf ontdekt waarvan zij of hij zich nog niet eerder bewust was. Daarbij wordt ook vaak spontaan duidelijk dat negatieve zelfbeelden onjuist zijn en een resultaat zijn van negatieve en traumatische ervaringen. Door dit zelf in zichzelf te ontdekken is het voor de cliënt gemakkelijker om negatieve zelfbeelden (en/of wereldbeelden) los te laten en nieuw ontdekte kwaliteiten te omarmen. Het lijkt erop dat dit spontane, zelfhelend vermogen (ook wel zelfregulerend vermogen genoemd) bij traumatisering stagneert en dat het door traumatherapie weer op gang wordt gebracht. Bij ademtherapie ligt de nadruk op het vertrouwen op de wijsheid die aan dit zelfhelend vermogen ten grondslag lijkt te liggen en het zelfhelend vermogen zoveel mogelijk zijn gang te laten gaan. De andere traumabehandelingen werken juist met duidelijke protocollen. Daar wordt het zelfhelend vermogen van de cliënt heel gericht aangestuurd door de therapeut (geleid door het desbetreffende protocol).

Aan ademtherapie wordt bij pneuma|psi de voorkeur gegeven boven andere traumabehandelingen. De belangrijkste reden daarvoor is jarenlange directe ervaring met de innerlijke wijsheid die aan het verwerkingsproces ten grondslag lijkt te liggen. Doordat de cliënt zo min mogelijk gestuurd wordt in het therapeutisch proces komt die innerlijke wijsheid het best tot zijn recht. Dan kan het één of meerdere sessies duren voordat het “werkelijke” trauma aan de beurt komt om verwerkt te worden, maar veelal blijkt dat in de eerdere sessie(s) weerstanden en ondermijnende strategieën aangepakt worden en negatieve ervaringen uit de vroege kindertijd of rond de geboorte verwerkt worden. Dit geeft de cliënt een stevige basis voor de verwerking van de diepste traumatische ervaringen. Verder is de ervaring dat het vertrouwen in het zelfhelend vermogen van de cliënt dat door deze werkwijze gewekt wordt het besef van eigenwaarde van de cliënt zeer ten goede komt.

Voor de gerichte behandeling van simpel, enkelvoudig trauma kan er ook voor EMDR worden gekozen, omdat er dan veelal met één sessie volstaan kan worden.

Cognitieve gedragstherapie kan ter ondersteuning van het verwerkingsproces worden ingezet, maar wordt bij pneuma|psi niet gebruikt als de kern van het therapeutische proces bij traumabehandeling.

Meer informatie over verbonden ademtherapie kun je hier vinden. Een goede introductie tot EMDR is het boekje EMDR: De meest effectieve traumatherapie, geschreven door Marion Lang (2015, uitgeverij AnkhHermes).

Ga door naar antroposofie-geïnspireerde psychotherapie


© 2026 Paulus de Wit (website inhoud, ontwerp en publicatie).